Verslag symposium 'Stabiel en dan?'

Symposium Bipolaire Stoornissen - Stabiel en..dan?

Op 2 november werd in Deventer een symposium over het onderwerp ‘Stabiel en..dan?’ gehouden. Het symposium werd georganiseerd door het Specialistisch Centrum Bipolaire Stoornissen van Dimence. Dimence is een organisatie die (hoog) specialistische ggz-zorg biedt. Onder de aanwezigen bevonden zich hulpverleners, ervaringsdeskundigen, patiënten en wetenschappelijk onderzoekers. Dit artikel geeft een impressie van een aantal onderwerpen dat tijdens het symposium aan de orde is gekomen.

MET ALLEEN STEMMINGSSTABILITEIT BEN JE ER NIET
Tijdens de opening van het symposium vertelt de dagvoorzitter Peter Goossens (1) over een ontmoeting met een man. Deze man vertelde dat zijn stemming sinds enige tijd stabiel was. Vervolgens gaf de man aan dat hij wel leefde binnen een vaste structuur aan leefregels, dat hij veel verlieservaringen had ondervonden en dat hij bang was voor een terugval. Deze man had weliswaar geen last meer van de symptomen van zijn bipolaire aandoening en kon om deze reden stabiel genoemd worden, maar de kwaliteit van zijn leven was sterk verminderd. ‘Met alleen stemmingsstabiliteit ben je er dus niet,’ aldus Peter Goossens. Het is belangrijk dat mensen een goed leven kunnen leiden, ondanks de beperkingen die de aandoening met zich meebrengt.

POSITIEVE PSYCHOLOGIE
Volgens Gerben Westerhof (2) is het belangrijk dat iemand in de stabiele fase van de bipolaire aandoening tot bloei kan komen. De positieve psychologie, die zich richt op het versterken van het welbevinden en de groei van de patiënt, kan hiertoe bijdragen. Binnen deze tak van de psychologie wordt onderscheid gemaakt in emotioneel, psychisch en sociaal welbevinden. De aanwezigheid van positieve gevoelens en tevredenheid over het leven valt onder emotioneel welbevinden. Bij psychisch welbevinden gaat het vooral om het ervaren van zingeving, het hebben van positieve relaties en zelfacceptatie. Het op positieve wijze verbonden voelen met sociale en maatschappelijke ontwikkelingen valt onder sociaal welbevinden. Positieve psychologische interventies (PPI’s) zijn gericht op het vergroten van het welbevinden en het tot bloei laten komen van mensen.
Melissa Chrispijn (3) en Jannis Kraiss (4) geven tijdens hun workshop een voorbeeld van een PPI. Aan de deelnemers wordt de vraag voorgelegd of hen vandaag iets goeds was overkomen en of daarbij positieve emoties werden ervaren. Iedere deelnemer liet de positieve emotie op zich inwerken en genoot na. Tot slot werden de persoonlijke ervaringen in een groepje mensen met elkaar gedeeld. Het was een korte oefening, maar het effect op de aanwezigen was direct merkbaar, iedereen werd zichtbaar blijer.
Zowel Melissa Chrispijn als Jannis Kraiss zijn betrokken bij een lopend onderzoek naar het effect van PPI’s in de behandeling van mensen met een bipolaire aandoening tijdens de stabiele fase. In dit onderzoek wordt gekeken naar het effect van het programma ‘Dit is jouw leven’ (5). De interventies richten zich onder andere op thema’s als verbondenheid, groeien door tegenslag, zelfcompassie en talenten kennen en gebruiken. Uit het onderzoek blijkt dat twintig tot vijfendertig procent van mensen met een bipolaire aandoening niet compleet herstelt na een episode. Er zijn momenteel aanwijzingen dat door het toepassen van PPI’s angst en depressie afnemen.

ERVARINGSVERHAAL
Voor veel mensen heeft de bipolaire aandoening een ontwrichtend effect op het leven. Zo ook voor Petra d’Huy (6) die haar persoonlijke herstelverhaal vertelt. Door haar bipolaire aandoening moest Petra jaren geleden haar betaalde werk opgeven. De noodzaak om het aantal prikkels te verminderen, gaf haar het gevoel steeds zwakker te worden. Toen het weer beter ging, realiseerde ze zich dat ze haar leven teveel had aangepast aan haar aandoening. Ze was dan wel stabiel maar voelde zich ontevreden omdat ze niet meer kon meedoen in de maatschappij. Stap voor stap heeft ze de weg van stabiel naar herstel bewandeld.
Petra vergelijkt haar herstelproces met een bloem die geleidelijk opengaat. Herstellen ervaart ze als een continu leerproces van het verleggen van haar grenzen, waardoor ze het beste uit zichzelf kan halen en de kwaliteit van haar leven kan toenemen. Openheid en het afwerpen van zelfstigma zijn voor haar de eerste stappen naar herstel. Doseren vormt voor haar het toverwoord, het is essentieel om te weten waar jouw grenzen liggen.
Herstellen gaat niet vanzelf. Naast een aantal basisvoorwaarden die herstel mogelijk maken (zie Figuur 1), spelen de kwaliteit en de inhoud van de hulpverlening een rol. Zo is het belangrijk dat de relatie tussen de hulpverlener en de cliënt is gebaseerd op gelijkwaardigheid, vertrouwen en respect. De hulpverlener moet vertrouwen hebben in de cliënt en de cliënt ruimte bieden om te dromen. Daarnaast moeten besluiten gezamenlijk worden genomen. Het coachen van de cliënt om voor zichzelf te zorgen en aandacht voor lichamelijke gezondheid, herstel en reïntegratie zijn tevens onontbeerlijke aspecten van de hulpverlening. Tevens dienen naasten te worden betrokken bij het hulpverleningsproces.

BEHANDELING EN HERSTEL
Uit het herstelverhaal van Petra blijkt dat herstellen een geleidelijk proces is. Voor zowel de patiënt als de behandelaar is het van belang te weten op welk moment van de behandeling welk hersteldoel haalbaar is. Ralph Kupka (7) presenteert een theoretisch model (Figuur 2) dat zowel de patiënt als de hulpverlener houvast kan bieden bij de keuze van behandelingsdoelen. Het model geeft een overzicht van de hersteldoelen bij de verschillende stadia van de bipolaire aandoening en de behandelingsfasen. De figuur betreft een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid, zo zal bijvoorbeeld niet iedereen de stadia van de bipolaire aandoening doorlopen zoals staat aangegeven.
Er wordt onderscheid gemaakt in vier vormen van herstel. Het symptomatische herstel is gericht op het doen verdwijnen of naar de achtergrond dringen van de ziekteverschijnselen. Functioneel herstel betekent het bevorderen van het lichamelijke, psychische en sociale functioneren van de patiënt. Het weer oppakken van maatschappelijke rollen valt onder maatschappelijk herstel. Met persoonlijk herstel wordt bedoeld: het weer greep krijgen op het eigen leven, daaraan betekenis kunnen geven en (nieuwe) doelen kunnen stellen, met op de achtergrond het besef van een blijvende kwetsbaarheid voor stemmingsepisoden. Persoonlijk herstel speelt in alle stadia van de bipolaire aandoening en tijdens alle behandelingsfasen een rol.
Meestal begint de bipolaire aandoening met één of meer depressieve episoden (stadium 1c/d). Pas op het moment dat sprake is van een (hypo)mane episode (stadium 2) kan een bipolaire aandoening worden vastgesteld. Veel patiënten krijgen in hun leven te maken met terugkerende episoden van (hypo)manie en/of depressie. Tussendoor functioneren zij zonder problemen (stadium 3a/b). Na een episode hoeft niet altijd volledig herstel op te treden. Zo hebben de patiënten die zich bevinden in stadium 3c en 4 blijvende klachten, bijvoorbeeld problemen met de concentratie, het geheugen en planningstaken.
Uit het model blijkt dat het hersteldoel afhankelijk is van het stadium waarin de bipolaire aandoening zich bevindt en van de fase van behandeling. Zo zal tijdens de acute fase van de aandoening de behandeling zich vooral richten op symptomatisch herstel. De behandeling van patiënten in stadium 3c en 4 zal naast de weergegeven hersteldoelen erop gericht zijn dat patiënten terugkeren naar een eerder stadium.
In de praktijk zal de behandeling niet alleen afhangen van het stadium van de aandoening en van de behandelingsfase. De persoonlijke situatie, de zorgbehoefte en de wensen van de patiënt ten aanzien van de behandeling zullen ook een belangrijke rol spelen.

FILMINTERVENTIE
Tijdens een workshop presenteert Peter Goossens (1) het filmproject ‘De mens achter de ziekte’. In dit project wordt aan mensen tijdens de stabiele fase van de bipolaire aandoening gevraagd een film van zichzelf te maken waarin ze zichzelf presenteren. Mocht de persoon daarna worden opgenomen dan kunnen de medewerkers van de opnameafdeling kennismaken met de gezonde mens achter de ziekte. Hierdoor zullen zij beter in staat zijn om de zorg af te stemmen op de behoeften van de patiënt. Meer informatie over dit project is te vinden op www.centrumbipolairestoornissen.dimence.nl/symposium-stabiel-en-dan, onder het kopje ‘Innovatie’.

TOT SLOT
Dit artikel beschrijft een selectie van de onderwerpen die tijdens het symposium aan de orde zijn gekomen. Op bovengenoemde website van Dimence treft u onder het kopje ‘Scholing’ de inhoud van alle PowerPoint presentaties.

Josien Gerritsen, redactielid van PlusMinus.
Dit is een kwartaalblad van de Vereniging van Manisch Depressieven en Betrokkenen. Dit artikel is voor PlusMinus geschreven en zal verschijnen in het eerste kwartaal van 2018. Een abonnement op het blad kost slechts 30 euro.

Noten:
(1) Peter Goossens is onder andere verpleegkundig specialist en senior onderzoeker bij het Specialistisch Centrum Bipolaire Stoornissen (SCBS) van Dimence. Het SCBS biedt derdelijns behandeling en zorg aan mensen met een bipolaire stoornis en vertaalt resultaten van onderzoek in nieuwe en verbeterde behandelmethoden.
(2) Gerben Westerhof is hoogleraar Narratieve Psychologie en Technologie en directeur van het Story Lab aan de Universiteit van Twente.
(3) Melissa Chrispijn is arts in opleiding tot psychiater en onderzoeker bij SCBS Bipolaire Stoornissen van Dimence.
(4) Jannis Kraiss is psycholoog, promovendus en werkzaam bij de Universiteit van Twente.
(5) Het programma is gebaseerd op het Boom Hulpboek ‘Dit is jouw leven’ van Ernst Bohlmeyer en Monique Hulsbergen, uitgeverij Boom, 2013.
(6) Petra d’Huy is onder andere ervaringsdeskundige en regionaal contactpersoon voor VMDB. Zij beheert ook een Facebook-groep waar mensen elkaar steunen en inspireren. Ze heeft de website www.petraetcetera.nl opgezet met als doel het nader tot elkaar brengen van patiënten, betrokkenen en hulpverleners.
(7) Ralph Kupka is onder andere hoogleraar Bipolaire Stoornissen aan VU Medisch Centrum en als psychiater werkzaam bij GGZinGeest en Altrecht.